Lange tijd waren publieke debatten in Nederland droog, zakelijk en
dodelijk saai. Men vond dat het ook zo hoorde. Hoe anders is dat in
Groot-Brittannië. Daar hebben debaters altijd veel meer vrijheid
genoten en wordt debatteren als een kunst beschouwd. Geen middel wordt
er geschuwd om tijdens een publiek debat het effect van het betoog te
verhogen. Hoe theatraler hoe beter.
Waar komen die twee volkomen verschillende opvattingen over wat een
goed debat is vandaan? En welk effect hebben ze gehad op de
ontwikkeling van de politiek? Voor het antwoord hierop gaat Jaap van
Rijn terug naar de negentiende eeuw, toen in beide landen debatingclubs
ontstonden. In Groot-Brittannië waren er clubs voor alle rangen en
standen. Mensen die tot dan toe weinig met politiek te maken hadden
gehad, raakten daar betrokken bij de parlementaire democratie en het
publieke debat, en veel politici kregen hier hun training.
In Nederland was de debatingclub juist een zaak van de liberale elite,
die een hoge kwaliteit van het publieke debat wilde waarborgen en
‘de gewone man’ er dus niet bij betrok.
Daarmee was de debatingclub in beide landen een plaats waar men het
politieke spel leerde spelen en waar het publieke debat een vorm kreeg
waar we vandaag de dag nog steeds mee te maken hebben. Vandaar de
verontwaardiging en verwarring in ons land toen Pim Fortuyn en Geert
Wilders de ongeschreven regels van het publieke debat doorbraken en
leven in de brouwerij brachten.
Extra informatie:
Ingenaaid: paperback,kaft slap, 362 pagina's
Verschenen: juli 2010
Gewicht: 534 gram
Formaat: 220 x 140 x 35 mm
Wereldbibliotheek

|
Rijn, Jaap van, De eeuw van het debat Prijs Euro 19.90
|
Bij u in huis op: zaterdag
|
| Andere titels binnen de rubriek: |
| Moderne geschiedenis(1870-heden)
|